Detail

Naam project: Brugge Prinsenhof
Projectcode: BR04/PH
Gemeente: Brugge
Deelgemeente: Brugge
Type onderzoek: archeologische opgraving
Aangetroffen periodes: nieuwe tijd
nieuwste tijd
middeleeuwen
Uitvoerder: Raakvlak
Beschrijving: De vroegste sporen kwamen aan het licht vlakbij de Moerstraat. Het gaat om reeksen parallelle, langwerpige structuren, te interpreteren als karrensporen. De karrensporen bevatten minuscule fragmenten aardewerk die het mogelijk maken de sporen in de 8ste - 9de eeuw te dateren. Bewoningsresten uit deze periode werden op de site niet aangetroffen.
In 1396 wordt voor het eerst melding gemaakt van een grafelijke residentie die gelegen was tussen de Moerstraat en de Noordzandstraat. Aanvankelijk wellicht relatief bescheiden van omvang, werd het door de hertogen van Bourgondië sterk vergroot door aankoop van de belendende percelen en uitgebouwd tot een luxueuze residentie: het Prinsenhof.
Het archeologisch onderzoek kan een bescheiden licht werpen op de pre-Prinsenhofperiode. Plaatselijk werden bakstenen funderingsresten uit de 13de-14de eeuw aangetroffen. Het is evenwel niet mogelijk om uit deze sporen vorm en functie van de bovengrondse constructies af te leiden.
Naast gebouwsporen kwamen ook heel wat waterputten aan het licht, waaronder houten (tonwaterputten), zowel als bakstenen constructies. De vulling van deze putten leert ons heel wat over de bewoners van dit gebied vòòr de Bourgondische tijd.
Zowel Marcus Gerards (1562) als Sanderus (1641) beelden op de site Prinsenhof een monumentale toren af. Het gaat om een grote woontoren die de hele omgeving domineert. Uit de geschreven bronnen weten we dat de toren in elk geval reeds in de 15de eeuw bestond.
Bij het archeologisch onderzoek zijn een aantal bovengrondse resten van de toren en andere oorspronkelijke gebouwen van het Prinsenhof aan het licht gekomen.
Wellicht werd er na de verkoop van de resterende gebouwen van het Prinsenhof aan een Engelse kloosterorde heel wat verbouwd. Samen met de 19de-eeuwse bouwwoede hebben deze aanpassingen er voor gezorgd dat het merendeel van het Bourgondische patrimonium hetzij afgebroken, hetzij grondig verbouwd werd. Een uitgestrekte 19de-eeuwse kelder ligt aan de oorzaak van het feit dat nagenoeg alle middeleeuwse sporen verdwenen zijn.
Uit de moderne tijden dateren verscheidene riolen die afwateren naar de Reie, talrijke funderingsresten, heel wat kelders en een aantal beer- en/of waterputten. In het bijzonder valt de muntschat te vermelden, die in verband te brengen is met de Engelse kloosterzusters die op het einde van de 18de eeuw het pand verlieten, op de vlucht voor de Franse troepen.
Publicatie: Bieke Hillewaert, Yann Hollevoet (red.) 2009: Vondsten uit vuur.
Bieke Hillewaert, Elisabeth Van Besien 2005: Raakvlak, Intergemeentelijke Dienst Archeologie Brugge & Ommeland, Jaarverslag 2004.
 
Vondsten: Toon alle vondsten van dit project.

Locatie op kaart